Het LOF is sinds 29 juni 1998 een stichting, maar het LOF bestaat langer. Stukken dateren in ieder geval van 1982, maar aangezien dit geen oprichtingsaktes zijn, bestaat het vermoeden dat het LOF al sinds de jaren ’70 bestaat. Het LOF zou daarmee ouder zijn dan de LSVb. Sinds de oprichting van de LSVb wordt er intensief samengewerkt tussen de twee organisaties; het LOF is ook een tijd lang een werkgroep geweest van de LSVb. In 1998 is de werkgroep, na lange discussies over de vorm waarin deze zou moeten worden gegoten, een stichting geworden. De voornaamste reden hiervoor was dat daardoor een beurs kon worden aangevraagd voor de LOF-bestuurder.
De organisatie
LOF is officieel een stichting met het volgende doel:
“Het bevorderen en faciliteren van informatie-uitwisseling op het gebied van het Nederlands Hoger Onderwijsbeleid tussen en ten behoeve van die studenten die zitting hebben in organen, in de breedste zin van het woord, die onderdeel uitmaken van instellingen in het Nederlandse Hoger Onderwijs en van daarmee direct samenhangende instellingen, organisaties of rechtspersonen.“
De stichting heeft een Raad van Toezicht (RvT), van ten minste drie mensen. Daarin zit een oud LSVb-bestuurslid, een oud LOF-bezoeker en een oud LOF-bestuurder. Daarnaast zijn er één of twee LOF-bestuurders die verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse gang van zaken.
Waarom het LOF
Het LOF is ontstaan met het idee dat medezeggenschappers er enorm van kunnen profiteren door van elkaar te leren. Als organisatie zijn we dan ook altijd bezig geweest met het in contact brengen van verschillende medezeggenschapsraden. In het verleden gebeurde dit uitsluitend met maandelijkse bijeenkomsten in Utrecht.
Maar de tijden veranderen. De verantwoordelijkheden van de medezeggenschap zijn toegenomen, studentenpartijen zijn zelf meer dingen gaan organiseren en steeds meer informatie is gemakkelijk online beschikbaar. Sinds een aantal jaar werkt het LOF daarmee niet meer met een vaste groep, maar met evenementen voor wisselende bezoekers. Ook is de focus meer komen liggen op het leren kennen van andere medezeggenschappers.

